Darts woordenlijst
Darters hebben hun eigen taal. Hier vind je de bekendste termen, van A tot Z.
- Average (gemiddelde)
- Gemiddelde score per 3 pijlen. Dé graadmeter voor hoe goed iemand gooit.
- Bed
- Een vak op het bord, bijvoorbeeld "het bed van de 20". Three in a bed = drie pijlen in hetzelfde vak.
- Bed and breakfast
- Een score van 26 (20 + 5 + 1): vroeger de prijs van een overnachting met ontbijt.
- Bogey-getal
- Een score onder 170 die je niet in één beurt kunt uitgooien: 169, 168, 166, 165, 163, 162 en 159.
- Bull (bullseye)
- Het rode midden van het bord, 50 punten. Telt als dubbel bij het uitgooien. De groene ring eromheen heet de 25 of outer bull.
- Bust
- Meer gooien dan je nog hebt (of op 1 uitkomen): de beurt telt niet.
- Checkout (finish)
- Een score die je kunt uitgooien, of het uitgooien zelf. Zie de uitgooitabel.
- Dubbel
- De buitenste smalle ring: twee keer de waarde van het vak.
- First 9
- Het gemiddelde van je eerste drie beurten van een leg: zegt veel over je scoring.
- Leg
- Eén spelletje 501 (of 301): van de startscore tot 0.
- Madhouse
- Op D1 staan (2 over). Niemand wil daar uitkomen.
- Maximum
- Een score van 180: drie keer de triple 20.
- Nine-darter (9-darter)
- Een leg 501 uitgooien in de minimaal mogelijke 9 pijlen.
- Oche
- De werplijn, 2,37 meter van het bord. Uitgesproken als "okkie".
- Robin Hood
- Een pijl die in de achterkant van een andere pijl blijft steken.
- Set
- Een reeks legs. Wie genoeg legs wint, wint de set.
- Shanghai
- Single, dubbel én triple van hetzelfde nummer in één beurt. Ook een spel.
- Setup shot (opzetten)
- Een pijl waarmee je een makkelijke finish laat staan.
- Ton
- Een score van 100 of meer. Ton-40 = 140, ton-80 = 180.
- Triple (treble)
- De binnenste smalle ring: drie keer de waarde van het vak.
- White horse
- Bij Cricket of Tactics: drie triples op drie verschillende, nog open nummers in één beurt.
Zin om het meteen te proberen?Gratis, in je browser, tegen echte
tegenstanders of de computer.
🎯 Speel nu