Het dartbord uitgelegd: nummers, vakken en punten
Een dartbord lijkt ingewikkeld, maar met vier soorten vakken weet je alles. Zo werkt de puntentelling en zo zijn de nummers verdeeld.
De vier soorten vakken
- Single: de grote zwarte en lichte vakken. Je krijgt het getal dat erbij staat.
- Dubbel: de smalle buitenste ring. Telt twee keer het getal. Dubbel 20 is dus 40.
- Triple: de smalle ring halverwege. Telt drie keer het getal. Triple 20 is 60, het meeste dat je met één pijl buiten de bull kunt gooien.
- Bull: de rode roos in het midden is 50, de groene ring eromheen 25. De rode bull telt als dubbel 25, dus je mag er ook mee uitgooien.
Valt je pijl buiten de dubbelring of stuitert hij eruit, dan telt hij niet: 0 punten.
De volgorde van de nummers
Met de klok mee, beginnend bovenaan:
20 · 1 · 18 · 4 · 13 · 6 · 10 · 15 · 2 · 17 · 3 · 19 · 7 · 16 · 8 · 11 · 14 · 9 · 12 · 5
Die volgorde is niet toevallig: naast hoge getallen staan lage. Naast de 20 liggen de 1 en de 5. Wie mikt op de triple 20 en net mist, krijgt dus maar weinig punten. Zo beloont het bord precisie. Daarom kiezen sommige spelers voor de 19: daarnaast liggen de 7 en de 3, dus een misser kost daar minder.
Wat kun je scoren?
- Met één pijl: hoogstens 60 (triple 20).
- Met drie pijlen: hoogstens 180. Dat is de beroemde "one hundred and eighty".
- De hoogste uitgooi is 170: triple 20, triple 20 en de bull. Kijk in de uitgooitabel voor alle finishes.
- Sommige scores kun je met drie pijlen niet gooien, zoals 163, 166, 169, 172, 173, 175, 176, 178 en 179.
Afmetingen van een officieel bord
| Doorsnee van het hele bord | ongeveer 451 mm |
| Midden tot buitenkant dubbelring | 170 mm |
| Midden tot buitenkant triple-ring | 107 mm |
| Breedte dubbel- en triple-ring (binnenmaat) | 8 mm |
| Bull (rood, 50) | 12,7 mm doorsnee |
| Outer bull (groen, 25) | 31,8 mm doorsnee |
Een goed bord is gemaakt van samengeperst sisal. De pijlen glijden tussen de vezels in en de gaatjes trekken vanzelf weer dicht. Hoe je het bord ophangt, lees je bij dartbord ophangen.