501 darts: de regels
501 is het spel dat je op tv ziet bij het WK en de Premier League. Simpel om te leren, eindeloos om te perfectioneren.
Het doel
Iedere speler begint op 501. Om de beurt gooi je drie pijlen; wat je gooit gaat van je score af. Wie als eerste precies op 0 uitkomt, wint de leg.
Uitgooien op een dubbel
De laatste pijl moet een dubbel zijn (de buitenste smalle ring) of de bull (het rode midden, 50 punten). Sta je op 40, dan gooi je dus op dubbel 20. Sta je op 41, dan gooi je eerst een single 1 en daarna D20.
Bust
Gooi je meer dan je nog hebt, kom je op precies 1 uit, of kom je op 0 zonder dubbel? Dan ben je bust: de hele beurt telt niet en je score gaat terug naar wat het was aan het begin van die beurt.
Legs en sets
Een wedstrijd is vaak best of een aantal legs, bijvoorbeeld best of 5: wie het eerst 3 legs wint, wint. Bij grote toernooien speel je ook sets: een set bestaat uit legs, en de wedstrijd uit sets. De beginner wisselt per leg.
Hoe snel kan het?
De perfecte leg is de 9-darter: bijvoorbeeld 180, 180 en dan 141 uitgooien (T20, T19, D12). Een gemiddelde speler in de kroeg doet er eerder 25 tot 40 pijlen over, en dat is prima!
Tips voor beginners
- Mik op de 20, maar wees niet bang voor de 19: de buren van de 19 (7 en 3) zijn minder pijnlijk dan die van de 20 (1 en 5).
- Leer een paar standaard finishes uit je hoofd. De uitgooitabel helpt je daarbij.
- Tel je score uit je hoofd mee; zo leer je vanzelf vooruit denken.